Bijna zeventig jaar lang had de PvdA de stad in een ijzeren greep, gewend aan de macht. Totdat die er opeens niet meer was. Zaterdagavond vieren de Amsterdamse sociaaldemocraten hun tachtigste verjaardag. Het is meteen de laatste.
Bescheidenheid, bescheidenheid, bescheidenheid. Bouwe Olij (72), in zijn lange politieke carrière stadsdeelvoorzitter in De Pijp en Oud-West, gemeenteraadslid en partijvoorzitter, hoort het Job Cohen nog zeggen. Zijn PvdA won in 2006 20 van de 45 zetels in de gemeenteraad. De burgemeester van Amsterdam durfde aanvankelijk niet eens de uitslag voor te lezen, bang dat er een fout was gemaakt bij het tellen.
“Dan zit je daar straks met al je zetels,” zei Cohen, in een poging het feestje in de Stopera nog een beetje binnen proporties te houden. “Voor een meerderheid heb je er nog drie nodig, dus hoef je nauwelijks nog iets te doen. Precies dat is het grote gevaar.”
Niet alleen in de gemeenteraad had de PvdA gewonnen, ook in alle stadsdelen was de partij veruit de grootste geworden, in vier ervan zelfs met een absolute meerderheid. De populaire PvdA-wethouder Ahmed Aboutaleb verklaarde: “Het kan niet anders worden uitgelegd: het is de lijn Cohen, Asscher, Aboutaleb. In Amsterdam geen krasse taal en onzindelijke politiek. Hier zijn we voor verdraagzaamheid en houden we elkaar vast.”
De Amsterdamse sociaaldemocratie in optima forma: we run this city. Twaalf jaar later waren er van de 20 zetels nog 5 over.
Zaterdag viert de PvdA Amsterdam in Studio Wieman aan de Papaverweg haar tachtigjarig bestaan met muziek, een tentoonstelling en een praatje van partijleider Sofyan Mbarki. Het zal meteen de begrafenis zijn, want de PvdA doet in Amsterdam weliswaar nog één keer als zelfstandige partij mee aan de verkiezingen, over een paar maanden houdt de partij definitief op te bestaan na een fusie met GroenLinks.
Van die 80 jaar heeft de PvdA de stad 68 jaar achtereen in een ijzeren greep gehad. De PvdA was dé machtsmachine van Amsterdam. In al die jaren gemiddeld 15 zetels in de gemeenteraad, een derde van het totaal. Altijd de meeste wethouders, altijd leverancier van de burgemeester: van Arnold Jan d’Ailly in 1946 tot Eberhard van der Laan in 2010. Femke Halsema was in 2018 de eerste die geen lidmaatschapskaart van de sociaaldemocraten kon overleggen.
De vraag is nu: wat gaat de stad missen met het verdwijnen van de PvdA? En ook: wat heeft de sociaaldemocratie de stad opgeleverd? En waarom is de partij de laatste jaren van haar voetstuk gevallen?
Bouwe Olij, kenner van de Amsterdamse partijgeschiedenis bij uitstek, heeft plaatsgenomen achter zijn keukentafel in het westelijkste puntje van zijn geliefde De Pijp. Voor de gelegenheid heeft hij ook Paul Rutgers van der Loeff (89) uitgenodigd, lid van de gemeenteraad namens de sociaaldemocraten tussen 1970 en 1978.
De PvdA, zeggen ze, was na de oorlog de partij van de wederopbouw. In 1946 kregen de communisten van de CPN weliswaar nog een paar stemmen meer, maar daarmee was het al snel afgelopen na het optreden van de Sovjet-Unie in Oost-Europa en het begin van de Koude Oorlog. De PvdA was in de jaren vijftig en zestig, net als de SDAP voor de oorlog, de partij voor de arbeider. Die bestond toen nog.
Een echte rode familie, zegt Olij. “De vakbeweging leverde bij verkiezingen standaard twee PvdA-raadsleden. Zo is dat heel lang gegaan. Als je in de sociaaldemocratische zuil zat, las je Het Vrije Volk of Het Parool en stemde je PvdA. Daar was helemaal geen discussie over.” De PvdA zorgde voor fatsoenlijke woningen en goed openbaar onderwijs. Wat was daar mis mee, behalve dat het er nogal gezapig aan toeging?
Grote man in de jaren zestig was wethouder Joop den Uyl, later bekend als ome Joop, de meest linkse premier die Nederland heeft gehad. Hij was voorstander van schaalvergroting en predikte dat elke arbeider zijn eigen auto moest hebben en een huis met een tuintje in randgemeenten als Purmerend en de nieuwe stad Almere. Het gevolg: de Weesperstraat en de Vijzelstraat werden opgeofferd om cityvorming in de binnenstad mogelijk te maken. De Utrechtsestraat en de Jodenbreestraat zouden snel moeten volgen.
Kattenburg en Wittenburg werden gesloopt en aan de rand van de Dapperbuurt verschenen de Roomtuintjes. “De PvdA wilde een stad bouwen voor gewone mensen en die stad moest lijken op de steden in Amerika,” zegt Rutgers van der Loeff. De Jordaan stond als volgende op de nominatie om te worden gesloopt, gevolgd door De Pijp.
Het was zijn generatie, voortgekomen uit de studentenbeweging, die ertegen in het verweer kwam. De vanzelfsprekendheid waarmee de mannen (vooral mannen) van de PvdA de stad bestuurden raakte er voor de eerste keer vanaf. Er waren rellen op de Nieuwmarkt tegen de aanleg van de metro, nog zo’n sociaaldemocratisch project, bedoeld om de nieuwe Bijlmer bij de stad te trekken.
Op eindeloze gewestelijke vergaderingen vochten PvdA’ers elkaar de tent uit. De compacte stad deed zijn intrede: bouwen voor de buurt, op menselijke maat. En vooral: het idee vatte post dat de stad weer aantrekkelijk moest worden om in te wonen. Tussen 1958 en 1984 kromp de stad met dik tweehonderdduizend inwoners.
Rutgers van der Loeff grinnikt. “Die oudjes wilden om elf uur naar bed, maar wij vergaderden tot diep in de nacht door. Dan kregen we vanzelf onze zin.” De PvdA: goed voor de mensheid, slecht voor de mens. Ook toen al. Maar aan de populariteit van de partij deed al het geruzie gek genoeg niets af.
Olij: “Als je in de stad iets wilde veranderen moest je nog steeds bij de PvdA zijn. De PvdA had succes omdat er werd geluisterd naar de samenleving. Zo gaat dat als je een brede volkspartij bent. Daarin staat de onderwijspsycholoog naast de bouwvakker. Dat is nu niet meer zo.”
Het was het begin van een nieuwe bloeiperiode met mannen als Michael van der Vlis en Jan Schaefer, de banketbakker uit De Pijp die goede sier had gemaakt in Den Haag en de stad bestormde met de leus: ‘In gelul kun je niet wonen.’ In 1978 haalde de PvdA 19 zetels, en acht jaar later, onder de nieuwe leider Walter Etty 21, een record.
De opmaat naar de eerste grote crisis in de Amsterdamse PvdA. In NRC Handelsblad schreef verslaggever Hubert Smeets over ‘Brezjnev aan de Amstel’, een vileine verwijzing naar de dictator die zo voortvarend bezig was geweest de Sovjet-Unie te gronde te richten. De boodschap sloeg aan. Fijn dat die sociaaldemocraten het zo goed met zichzelf getroffen hadden, maar werd er nog wel een beetje geluisterd naar de mensen?
De PvdA verloor negen zetels en eindigde in 1990 op twaalf, ook een record. Heeft de partij er destijds iets van geleerd? Olij en Rutgers van der Loeff kijken elkaar aan en halen eens de schouders op. Was het een wake-upcall?
Rutgers van der Loeff: “Het was misschien wel een beetje te veel op de macht.”
Olij: “Het was een totale schok. Niemand had het verlies aan zien komen. Niet zo vreemd als je het al meer dan veertig jaar voor het zeggen hebt.”
Bovendien: lang duurde het niet voordat de PvdA in Amsterdam terugveerde. De revolte van Pim Fortuyn en zijn populisme, die Rotterdam en Den Haag rond de eeuwwisseling in hun greep hielden, ging grotendeels aan de stad voorbij. De PvdA haalde in 2002 gewoon weer vijftien zetels. De immens populaire burgemeester Job Cohen wist schokkende gebeurtenissen als de aanslagen van 11 september 2001 in Amerika en de moorden op Fortuyn en cineast Theo van Gogh stelselmatig te dempen met het drinken van zijn befaamde kopjes thee.
De PvdA was met Lodewijk Asscher en Ahmed Aboutaleb de partij die de stad bij elkaar wist te houden en werd daar in 2006 voor beloond met twintig zetels. De vraag: werd er deze keer wel geluisterd? Of ging het weer als vanouds en dreigde de PvdA opnieuw te smoren in haar eigen arrogantie? De cijfers liegen er in elk geval niet om. In 2010 haalde Asscher nog vijftien zetels, maar in 2014 zakte de partij in Amsterdam naar tien, nadat de volstrekt onervaren journalist Pieter Hilhorst van bovenaf was geparachuteerd als de nieuwe leider. De PvdA belandde voor het eerst in de oppositie.
De jaren daarna zette het verval snel door naar vijf zetels in 2018 onder het veelbezongen leiderschap van Marjolein Moorman. De PvdA raakte z’n tanden kwijt en kreeg ze daarna ook eigenlijk niet meer terug. Met negen zetels is de partij nu weliswaar weer de grootste in de stad, maar ongenaakbaar mag het allerminst heten. Ondanks het succes van Moorman kreeg de PvdA de dominantie niet meer terug.
Is het misschien op met de sociaaldemocratie in Amsterdam? “Een heel goede vraag,” zegt Rutgers van der Loeff. Olij kijkt op. “Wij waren tachtig jaar lang de strijders voor solidariteit,” zegt hij. “Neem de erfpacht, een geweldig stelsel dat de stad honderden miljoenen euro’s heeft opgeleverd om te investeren in woningbouw en andere sociale voorzieningen. Op het moment dat de PvdA niet meer mee mocht doen, is het door de anderen naar de klote geholpen.”
Rutgers van der Loeff: “We gaan fuseren met GroenLinks. Ik sta daar helemaal achter. De PvdA heeft GroenLinks nodig, omdat de PvdA weer een nieuw verhaal nodig heeft om te omarmen. En GroenLinks heeft de PvdA nodig, omdat GroenLinks een nieuw podium nodig heeft om zijn klimaatverhaal te verkondigen.”
Nu alleen nog even verkiezingen.